Onderwijsvernieuwing binnen onze school

 Elke leerling die start in het 1ste jaar dient dezelfde einddoelen te behalen. Elke school beslist zelf op welke manier zij deze doelen wil realiseren.

In onze school vergelijken we het parcours van het eerste jaar met een wandelweg. Elke leerling bereikt de top (=einddoelen), maar ieder op zijn manier.

Ieder profiel van leerling volgt zijn eigen parcours. De eigenheid van het parcours wordt beïnvloed door 5 elementen: inhoud van de rugzak, grootte van de groep, het parcours, het tempo en de hulpmiddelen.

 

We vertalen dit naar onze 4 profielen van leerlingen in het eerste jaar:

  • De jongen in 1 Latijn:
    • Draagt een zware rugzak met veel boeken (basis- en uitbreidingsdoelen) en het boek van Latijn. De leerinhoud is theoretisch en eerder abstract.
    • Moet de leerstof van vakken zoals wiskunde en Nederlands sneller verwerken ter compensatie van de uren Latijn.
    • Heeft een zwaarder parcours met omwegen en een soms hobbelig parcours. Toch moet hij de weg afleggen in dezelfde tijd als de andere leerlingen.
    • Krijgt enkel wegwijzers om zelfstandig de weg te vinden.
    • Komt terecht in een grote groep (+/- 25 leerlingen).

 

 

  • De jongen in 1A+
    • Krijgt dezelfde abstracte leerinhoud als de leerling maar dan zonder boek van Latijn.
    • Heeft andere keuzeuren ter vervanging van Latijn. Het keuzegedeelte wordt in 1A+ immers anders ingevuld. Leerlingen kunnen hier kiezen voor stem, sport, woord of kunst. Vandaar de attributen zoals een penseel, een hockeystick, proefbuisjes,…
    • Krijgt iets meer tijd om de complexere en abstractere leerstof te verwerken.
    • Is niet alleen afhankelijk van wegwijzers, maar krijgt als hulpmiddel een kaart en kompas mee. Deze wandelaars of leerlingen beschikken dus wel over een zekere mate van zelfstandigheid maar die moet nog aangescherpt worden
    • Krijgt meer oefentijd.
    • Komt terecht in een groep van +/- 22 leerlingen.

 

  • De jongen in 1A
    • Vult zijn rugzak voor het keuzegedeelte ook met stem, sport, woord of kunst.
    • Vult daarnaast zijn rugzak met boeken waarin de basisleerstof wordt behandeld.
    • Heeft meer tijd en meer rustmomenten. Die momenten kunnen gebruikt worden voor herhaling, overleg of bijsturing over de route / de leerstof.
    • Wordt door de reisbegeleider/leerkracht op die momenten iets door de leerstof begeleid. Mede omdat er minder deelnemers in deze groep meestappen.
    • Krijgt als hulpmiddel een gps mee die hem helpt de weg te zoeken. De wandelaar/leerling dient natuurlijk wel over de vaardigheden te beschikken om deze gps te programmeren.

 

 

  • De jongen in 1B
    • Vult zijn rugzak met een beperkt aantal boeken en praktische tools.
    • Vult zijn keuzeuren in met sport of de modules kunst, office en zorg.
    • Zit in kleine klasgroepen
    • Krijgt rustmomenten afgestemd op zijn noden.
    • Krijgt persoonlijke begeleiding tijdens co-teaching
    • Komt terecht in een kleine groep (+/- 11 leerlingen).

 

Samengevat kunnen we dus stellen dat er een aantal factoren zijn die bepalen hoe zwaar een bepaalde route is. De inhoud van de rugzak en het wandeltempo enerzijds. Het profiel van het parcours (ondergrond, hellingsgraad, lengte) en de aangeboden hulpmiddelen (wegwijzer, kaar & kompas, gps, lokale gids) anderzijds. Dit zijn allemaal elementen die een wandelaar op voorhand goed moet inschatten bij de keuze van zijn wandelgroep. Tot slot speelt ook de grootte van de groep in zekere zin een rol. Een grote groep vraagt om veel zelfstandigheid en kan een verzwarende factor zijn als je moeite hebt met het tempo of het gewicht van de rugzak.

Zo gaat het ook met het profiel van een studierichting. Deze 5 factoren komen ook daar terug. De inhoud van de rugzak komen dan overeen met de leerinhouden. Tempo blijft een belangrijk aspect. De zwaarte van het parcours komt overeen met het abstractievermogen van een leerling en de hulpmiddelen laten zich vertalen naar de mate waarin een leerling in staat is om zelfstandig te werken. Aan de hand van die factoren kunnen we leerlingen dus eigenlijk gaan inschalen om hen op die manier hopelijk van bij de start in de juiste wandelgroep te krijgen en hen een mooie, boeiende en unieke tocht te bezorgen.

 

Nieuwe lessentabel eerstes (vanaf september 2019)